april 2017

Oplossingen

Energie-, klimaat- en luchtkwaliteitsbeleid gaan meestal goed samen. Wanneer voertuigen minder energie verbruiken stoten ze ook minder CO2 uit. En zeker als het voertuig gebruik maakt van schone alternatieven als aardgas of elektrisch dan verbruikt deze niet alleen minder energie, maar stoot ook minder schadelijke stoffen uit (zie ook Welk alternatief is het beste? en Prestaties van vervoerwijzen). Soms kunnen maatregelen meerdere doelen dienen en daarmee meer opleveren dan andere maatregelen, zoals:

  • investeren in schone elektrische auto's levert meer op dan geluidsreductie (het plaatsen van geluidschermen niet). 
  • accu's van elektrische auto's in een smart grid kunnen als een buffer werken voor (toekomstige) schommelingen in het aanbod en de vraag van elektriciteit. 
  • groen gas en elektriciteit kunnen in de eigen regio worden geproduceerd wat weer goed is voor de regionale economie (olie kost alleen maar geld).

voorbeelden van klimaatgericht mobiliteitsbeleid
Het is vaak onduidelijk hoe gemeenten hun ambities ten aanzien van klimaat of energie willen bereiken. Hoe dan ook raadt het CROW-KpVV gemeenten aan om te onderzoeken hoe mobiliteit onderdeel kan worden van klimaat- en energiebeleid. En om klimaatdoelstellingen op te nemen in verkeersplannen. Dat gebeurt nog heel weinig, ook in gemeenten die CO2-neutraal willen zijn.

Hieronder enkele gemeenten met een uitgewerkt klimaatbeleid:

Utrecht
Utrecht heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Er is geen afzonderlijke doelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen van mobiliteit, maar er is wel (voorgenomen) klimaatbeleid op het gebied van mobiliteit verwoord in het actieplan schoon vervoer 2015-2020. Speerpunt is het stimuleren van elektrisch vervoer in alle vormen van mobiliteit: OV (bussen), e-scooters, e-bikes, stadsdistributie, auto’s en vaartuigen. Maatregelen gericht op klimaat zijn:

  • Uitbreiden van de openbare oplaadinfrastructuur, efficiĆ«nter gebruik hiervan en stimuleren van oplaadinfra bij bedrijven en particulieren;
  • Stimuleren van e-scooters (waar mogelijk in combinatie met de sloop van brandstof-scooters);
  •  Ondersteunen van initiatieven van bewoners voor schone, duurzame mobiliteit en van initiatieven uit de markt - we benaderen bedrijven pro-actief en leveren hen maatwerk;
  • Inzet op autodelen en op de verschoning van de voertuigen die daarvoor worden ingezet;
  • Voornemen om alleen emissieloze boten toe te laten
  • Het aanbieden van walstroom
Utrecht won in 2015 de prijs voor de gemeente met het duurzaamste mobiliteitsysteem.
Zie verder het actieplan schoon vervoer Utrecht 



Amsterdam
Amsterdam heeft de volgende klimaatdoelen al vastgelegd:
  • Een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie in 2015
  • 40% CO2-reductie in 2025 (ten opzichte van 1990).
  • 75% CO2-reductie in 2040 (ten opzichte van 1990).
  • Verkeer en vervoer moet hierbij een gelijke proportionele reductie bewerkstelligen. Om hier te komen heeft Amsterdam de volgende aantallen elektrische auto’s en scooters als doel:
    • 10.000 in 2015
    • 40.000 in 2025
    • 200.000 voor 2040


Zie verder het rapport Energiestrategie Amsterdam 2040


Texel
Texel heeft met de andere Waddeneilanden de ambitie om in 2020 volledig zelfvoorzienend te zijn op het gebied van duurzame energie- en watervoorziening. Hierbij wordt gesteld dat de ambitie niet primair op klimaatbeleid is gericht, maar nog verder strekt; CO2-reductie door middel van afvang en opslag valt niet onder de mogelijkheden.

De volgende maatregelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma die bijdragen aan minder klimaatemissies:
  • het aanbieden van de cursus “het nieuwe rijden” aan de bevolking en bedrijfsleven
  • de introductie van alternatieve autobrandstoffen in de vorm van onder andere. biobrandstoffen wordt gestimuleerd
  • er wordt een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om op de Waddeneilanden het openbaar vervoer:
    • effectiever in te zetten
    • aantrekkelijker te maken t.o.v. eigen vervoer
    • voordeliger (gratis) te maken
    • het stimuleren van de aanschaf van energiezuinige taxi’s en bussen
    • het uitvoeren van een gezamenlijk onderzoek met als doel energiebesparing en het toepassen van duurzame brandstoffen te stimuleren

Zie verder de energievisie en het uitvoeringsplan van Texel 
http://www.ce.nl/publicatie/energievisie_texel_en_uitvoeringsplan/855



Breda
Een goed voorbeeld van een gemeente die expliciet beleid ontwikkelt gericht op het halen van de klimaatdoelstellingen is Breda. Met intensief beleid gericht op diverse doelgroepen kunnen zij de verwachtte groei omzetten in een daling, die leidt tot een nivo van voor 1990:

Effect van gericht beleid op de emissie van CO2 in Breda. 

























Ede
Een ander goed voorbeeld van een plan waar vanuit mobiliteit ambities worden geformuleerd tav klimaat en energie is het plan van de gemeente Ede:

7.5. Energie en klimaat

Ambitie
Stimuleren van duurzame mobiliteit
Bevorderen van het gebruik van duurzame vervoerwijzen
Stimuleren van het rijden op alternatieve brandstoffen
Energie en klimaat nadrukkelijk meewegen bij het ontwerp of aanpassing van infrastructuur



Wageningen
De gemeente Wageningen doet er nog een schepje bovenop. In de Routekaart naar klimaatneutraal
formuleert de gemeente doelstellingen om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Voor mobiliteit formuleert de gemeente onder andere:

  • 20 % verschuiving van auto naar fiets of OV
  • 50 % broeikasgasreductie door rijden op groengas, elektrisch rijden (of rijden op waterstof)

Vanuit mobiliteit formuleerde de gemeente de volgende visie:

De bereikbaarheid van Wageningen is belangrijk voor de leefbaarheid en een gezonde ontwikkeling van de stad. Dit vraagt om gericht beleid, dat rekening houdt met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen voor de komende 20 tot 30 jaar. De raad beslist uiteindelijk over de visie. Het college heeft bij de visie aangegeven hoe daarmee om te gaan. De belangrijkste conclusies zijn:



1. Voor verplaatsingen tot ca. 20 kilometer wordt vooral de (elektrische) fiets gestimuleerd.

2. Voor de auto is vooral de aanpak van de Nijenoord Allee en de Mansholtlaan belangrijk. Binnen de stad wordt minder prioriteit aan de auto gegeven.

3. Het organiseren van het parkeren in en rond het centrum moet beter en slimmer.


Handreikingen en visies
Bij het ontwikkelen van beleid gericht op duurzame mobiliteit kan gebruik worden gemaakt van de KpVV-visie op Duurzame Mobiliteit en van de Handreiking klimaatbeleid en duurzame mobiliteit voor gemeenten.

Schonere voertuigen zijn belangrijk bij het terugdringen van de CO2 emissie. In  de Brandstoffenvisie die uit het SER akkoord voortkomt staan de ontwikkeldoelen en paden genoemd.

Voor het berekenen van de emissie van bijvoorbeeld een wagenpark of arbeidsvoorwaardenregeling kan worden gebruik gemaakt van de CO2-prestatieladder.

CO2-emissiefactoren worden met een Green Deal uniform en actueel worden gehouden. 

Gemeenten kunnen werken aan schonere voertuigen, aan modal shift en minder verkeer. Bijvoorbeeld door Het Nieuwe Werken te stimuleren bij werkgevers of door bewoners bewust te maken over vervoersalternatieven. Dat laatste zorgde in diverse steden voor een daling van het autoverkeer.
Meer oplossingen vindt u via het schema ‘Met sprongen en ladders naar duurzame mobiliteit’.

Als uw gemeente, regio of provincie een milieu- klimaat- en/of energieprogramma heeft kunt u maatregelen wellicht hieruit financieren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen