april 2017

Naar een klimaatneutrale samenleving

Oktober 2016 werd het klimaatakkoord uit Parijs bekrachtigd. Het gaat om een fundamentele modernisering van de Europese economie. Deze moet koolstofarm, energie- en grondstoffenefficiënt worden. In de tweede helft van de 21e eeuw moet er een evenwicht zijn tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen. Voor steden betekent dit waarschijnlijk dat het verkeer in de stad grotendeels klimaat neutraal zal moeten zijn en er goede aansluitingen zullen moeten komen om CO2 neutraal transport voor de lange afstand te faciliteren. 
In 2015 nam de CO2 emissie door verkeer en vervoer weer toe.

  • Hieronder leest u meer over de achtergrond van klimaatbeleid en de ontwikkeling van de CO2 emissie.
  • In Veel CO2-emissie in landelijke gemeenten leest u hoe verschillende typen gemeenten scoren en hoe de mobiliteit in uw gemeente scoort.
  • Wat enkele koplopers in Nederland doen vindt u in oplossingen.
  • Tot slot vindt u in gevolgen klimaatverandering meer over de impact van de klimaatverandering voor Nederland en over de urgentie van het probleem.

Ontwikkeling CO2-uitstoot verkeer en vervoer in Nederland
De CO2-emissies van verkeer en vervoer laten vanaf 1990 tot 2006 een stijgende trend zien (zie onderstaande grafiek). Na 2008 nemen de CO2-emissies af. De sterke afname in 2009 is voor een groot deel te wijten aan een daling van de CO2- emissies van goederentransport over de weg en over het water. Deze daling is het gevolg van een daling in transportvolume, wat waarschijnlijk grotendeels te wijten was aan de economisch crisis. Het zuiniger worden van nieuwe voertuigen heeft hierop een beperkte invloed.

Bron: Historische cijfers: CBS 2017 (Emissies van broeikasgassen,
berekend volgens IPCC-voorschriften, waarbij de waarde voor 2015 voorlopig is);
Prognose cijfers
: ECN, PBL 2016,
Doelstelling cijfers
: SER akkoord 2013;
Bewerking door CROW-KpVV 

Tot 2014 daalde de uitstoot van CO2 sneller dan de doelstelling. Uit het laatste cijfer voor 2015 blijkt dat de emissie weer toeneemt.


Klimaatbeleid in Europa
Nederland committeert zich aan de Europese inbreng om in 2030 de CO2 emissies met 40% te reduceren en in 2050 met 80 tot 95% ten opzichte van 1990. Het SER energie akkoord heeft deze doelstelling van de EU overgenomen. Voor de sector verkeer en vervoer geldt een specifiek doel van 17% CO2 reductie in 2030 en 60% in 2050 ten opzichte van 1990.


Akkoord van Parijs
Aan het einde van het warmste jaar ooit gemeten (2015) is een historisch klimaatakkoord gesloten in Parijs. Op de klimaattop in Parijs 2015 (officieel de COP21 of 21st Conference of the Parties to the United Nations Framework Convention on Climate Change) is een nieuw klimaatakkoord bereikt: the Paris Agreement under the United Nations Framework Convention on Climate Change).Voor het eerst in de geschiedenis hebben 195 landen zich gecommitteerd aan het gezamenlijk reduceren van hun CO2-uitstoot. Doel van de conferentie was een nieuw verdrag, dat het in 2020 aflopende Kyoto-protocol moet vervangen. Het nieuwe klimaatakkoord is voor alle landen juridisch bindend. Het moet de uitstoot van broeikasgassen terugdringen en de opwarming van de aarde beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde.

EU en Nederland
De Europese Unie belooft in haar INDC (de intended nationally determined contributions; vrijwillige klimaatplannen die de landen indienden bij aanvang van de klimaattop) de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent omlaag te brengen in 2030 ten opzichte van 1990. Nederland heeft geen eigen INDC ingediend maar volgt de Europese Unie. Het EU-pad naar een reductie van 80 tot 95 procent uitstoot in 2050 is niet veranderd. Het klimaatakkoord streeft naar een evenwicht tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen in de tweede helft van de 21e eeuw. De plannen die de landen voor de klimaattop indienden zijn goed voor 96,5 procent uitstoot van de wereld, een groot verschil met het afgesloten Kyotoprotocol in 1997 waar slechts 12 procent van de wereldwijde vervuilende landen zich aan committeerde.

Monitoring
Een ander belangrijk winstpunt is een mondiaal vijfjarig revisiesysteem dat alle landen aan hun verantwoordelijkheid moet houden om te blijven werken aan het verbeteren van het klimaat en aan het tegengaan van opwarming. Een probleem van het klimaatakkoord is dat het gebaseerd is op de vrijwillige klimaatplannen (INDC's) die landen hebben ingediend.  Belangrijk is daarom dat de tekst vastlegt dat deze klimaatplannen elke vijf jaar zullen worden geëvalueerd en bijgesteld om de 2 graden C doelstelling uiteindelijk toch te halen. De eerste wereldwijde evaluatie is gepland voor 2023.


Omdat landen ook de belangen van hun industrie behartigen, is het komen tot een klimaatakkoord een moeilijk proces. Daarom was er tegelijk met de COP21 een klimaattop voor steden en andere lokale overheden, genaamd Climate Summit for Local Leaders. Gemeenten kunnen een grote bijdrage leveren aan het halen van de doelen. Het aandeel van verkeer en vervoer in de CO2 uitstoot van gemeenten is groot: 20-50%. Gemeentelijk beleid op bijvoorbeeld het verminderen van autogebruik, efficiëntere distributie en zuinigere voertuigen in de stad kunnen een goede bijdrage leveren om de CO2 emissies omlaag te brengen.


Klimaatdoelen
In het Witboek Transport formuleert de EU klimaatdoelen voor de transportsector voor 2030 (-20% t.o.v. 2008) en 2050 (-60% t.o.v. 1990) en het eerder in de Effort Sharing Decision vastgelegde EU doel voor de non-ETS sectoren, namelijk 16% reductie in 2020 t.o.v. 2005.
De uitwerking kreeg vorm in 2016 in 'A European Strategy for low-emission mobility'
Belangrijke onderdelen van deze strategie zijn:

  • Increasing the efficiency of the transport system by making the most of digital technologies, smart pricing and further encouraging the shift to lower emission transport modes,
  • Speeding up the deployment of low-emission alternative energy for transport, such as advanced biofuels, electricity, hydrogen and renewable synthetic fuels and removing obstacles to the electrification of transport
  • Moving towards zero-emission vehicles. While further improvements to the internal combustion engine will be needed, Europe needs to accelerate the transition towards low- and zero-emission vehicles. 

In een reactie is Natuur en Milieu overwegend positief.

De commissie ziet een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. '...Zij nemen maatregelen voor alternatieve energie en lage uitstoot van voertuigen. Via een allesomvattende aanpak door een duurzame mobiliteitsplanning (SUMP) integreren ze ruimtelijke planning en de vraag aan mobiliteit, stimuleren een modal shift naar actieve vervoerwijzen (lopen en fietsen), openbaar vervoer en/of deel mobiliteit zoals bike- and car-sharing and car-pooling, en reduceren zo ook congestie en vervuiling in de steden....'

Voor goede voorbeelden en ontwikkeling wordt verwezen naar initiatieven als het Covenant of Mayors, the Smart Cities and Communities, European Innovation Partnership en CIVITAS.

In het energieakkoord voor duurzame groei (SER akkoord) zijn doelstellingen vastgelegd voor de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer (excl. Zeescheepvaart en luchtvaart) in 2020, 2030 en 2050. In 2012 kwamen de totale emissies uit op 37 Mton CO2. Voor 2030 is een doelstelling van 25 Mton (-17% t.o.v. 1990) geformuleerd, in 2050 is dit 12 Mton (-60% to.v. 1990) voor verkeer en vervoer.

… met vastgesteld/ voorgenomen  beleid volgens Nationale Energieverkenning 2014 (NEV)
… volgens doelstelling akkoord
2012
37
-



2030
Indicatief 33
25,0 (-17%)
2050
-
ca. 12 (-60%)

 (bron: SERenergieakkoord, NationaleEnergieverkenning 2014 (ECN, PBL 2014))

In september 2015 verscheen het advies Rijk zonder CO2: naar een duurzame energievoorziening in 2050 van de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli), waarin zij een helder doel voorstaat:

  • in Nederland in 2050 80 tot 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990.

In de uitwerking wordt de sector mobiliteit en transport gezien als 1 van de 4 functies die energie heeft:
Bron: Rijk zonder CO2, Rli, 2015

Verder stelt het Rli dat in 2012 ongeveer 500 PJ (PetaJoule) aan primaire energie wordt ingezet in transport en mobiliteit en 37 Mt CO2 uitgestoten. In 2050 ligt de energiebehoefte tussen 280 en 370 PJ en is de uitdaging dat dit gepaard gaat met slechts 7 tot maximaal 15 Mt CO2 uitstoot. Voor de uitwerking van Transport en Mobiliteit kan volgens de Rli goed worden aangesloten bij de Brandstoffenvisie uit het SER akkoord. Als aangrijpingspunten noemt het Rli (laad-) infrastructuur, ov-concessies, fiscaal beleid en milieuzones in steden.

Op 24 juni 2015 oordeelde de Rechtbank Den Haag in de zaak Urgenda/Staat dat de Staat de emissies van broeikasgassen in Nederland in 2020 moet beperken tot een niveau van 25% onder de uitstoot in 1990. De Staat zal tegen deze uitspraak hoger beroep aantekenen maar begint ook met het uitvoeren van het vonnis. Op basis van het Interdepartementale Beleidsonderzoek ‘Effectiviteit IBO CO2 reductiemaatregelen’ (IBO CO2), zal de Staat de eerste helft 2016 aangeven welke aanvullende maatregelen getroffen worden.
Uit een quick scan door ECN en het Pbl blijkt dat er 15 Mton extra CO2-equivalenten moet worden gereduceerd in 2020 om dit doel te bereiken.

Klimaatcoalitie en klimaatverbond
Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties ondertekenden de Nederlandse Klimaatcoalitie met als doel zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, hun eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal te hebben. Ze betrekken daarbij actief hun partners of doelgroepen (leveranciers, klanten, burgers).
Daarnaast ondertekenden in aanloop naar de top in Parijs 100 wethouders het Klimaatverbond om hun gemeente in 2050 klimaatneutraal te hebben.


Toekomstbeeld uit referentieraming
Volgens het vastgestelde (en voorgenomen) beleid zal de CO2-uitstoot van de sector verkeer en vervoer tussen 2012 en 2020 met 3 megaton dalen tot 34 megaton (zie Nationale Energieverkenning (NEV) 2014 (ECN, PBL 2014)). Deze afname is vooral het gevolg van Europese CO2-normering voor nieuwe personen bestelauto’s en de verplichte bijmenging van biobrandstoffen.
Of de doelstelling voor 2020 uit het SER akkoord wordt gehaald is volgens de NEV-raming nog onzeker (het gemiddelde van de raming komt 1 Mton hoger uit). Om de doelstelling voor 2030 te halen is zeker aanvullend beleid nodig Verwacht wordt dat het transportvolume, met name van het vrachtvervoer, blijft toenemen. (zie ook: EU-Transport-GHG-2050). Aanvullend beleid op zuinigere voertuigen en het beperken van de verkeersgroei zijn nodig om de doelstellingen te kunnen halen.

De onzekerheden voor deze prognoses zijn groot. ECN en PBL geven een bandbreedte van ongeveer 10-20% bij hun prognoses aan. Naast onzekerheden zijn er ook regionale verschillen. Zo voorspelt Breda voor het vastgestelde beleid 2010-2030 een toename van ca. 10 % waar de raming juist een afname van 13 % uitgaat. De ligging van een stad in het stedelijk netwerk is hierbij van invloed op de CO2 prestatie. Lange afstands vrachtverkeer speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in de toename van verkeersgerelateerde CO2 uitstoot in een gemeente of regio.

Het aandeel van verkeer en vervoer
Het aandeel van de sector verkeer en vervoer in de totale CO2-emissies in Nederland schommelt de afgelopen jaren rond de 20%. In 2010 is een dip in het aandeel verkeer en vervoer te zien, die waarschijnlijk te verklaren is door de crisis (mogelijk een trager economisch herstel in goederentransport). De afname van de CO2 emissie uit bovenstaande figuur is ook terug te zien in het aandeel. Ook is duidelijk dat de CO2 uitstoot vooral het gevolg is van het wegvervoer

Bron: CBS 2017, bewerking CROW-KpVV
Recent onderzoek door CE-Delft laat zien dat wanneer de lucht- en scheepvaart worden meegenomen, de CO2 uitstoot van de sector mobiliteit verdubbelt (bron:Klimaatbeleid voor mobiliteit op de kaart,  CE Delft, 2017). Het aandeel verkeer en vervoer stijgt dan van 18 naar 27%.

Aandeel in CO2-uitstoot in 2015 en 2050 voor enkele modaliteiten binnen mobiliteit. Bron: CE Delft, 2017




Clean Power Plan
In de zomer 2015 lanceert president Obama het Clean Power Plan. Hij beschrijft het klimaatprobleem daarin zeer helder. Ter inspiratie enkele vrij vertaalde one-liners uit zijn boodschap:

  • Wij zijn de eerste generatie die de opwarming van de aarde voelt. We zijn de laatste generatie die hier iets aan kan doen. 
  • Het gaat niet meer alleen om de toekomstige generatie. We zien de gevolgen nu hier om ons heen.
  • Ondanks alle cynisme die er rond dit plan zijn, kunnen we wel degelijk de opwarming tegengaan. Net zoals dat ook is gelukt met smog, zure regen en gif in het oppervlaktewater. 
  • Het kost geen banen, maar levert betere en schonere banen op. 
  • De armen worden het meest blootgesteld aan luchtverontreiniging. Het sluiten van kolenmijnen benadeelt de armen niet, maar beschermt hen juist.
Wetenschappers en politici gaan ervan uit dat het gevaarlijk is als de aarde meer dan 2 graden opwarmt ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. De gevolgen zijn dan onomkeerbaar. 

Volgens de Energie Technology Perspectives 2015 van het IEA moeten hiertoe zowel het energieverbruik als de CO2 emissie meer dan 2 keer zo snel afnemen als nu:

"On the global level, the energy intensity of GDP and the carbon intensity of primary energy both have to be reduced by around 60% by 2050 compared with today. This implies that the annual rate of reduction in global energy intensity needs to more than double – from 1.1% per year today to 2.6% by 2050."

5 opmerkingen:

  1. Omdat een vermindering in absolute CO2 uitstoot (eerste figuur) ook een vermindering in relatieve CO2 uitstoot betekent, concludeer ik, dat naar verhouding de overige bronnen van CO2 absoluut gezien gelijk blijven. Toch zou ik denken dat ook de industrie en huishoudens last hebben van de hogere brandstofprijzen, lagere inkomens en lagere economische groei. Ik kan me wel voorstellen dat dit langer duurt voordat dit terug te vinden is. Daarmee zou het aandeel verkeer en vervoer t.a.v. de CO2 uitstoot wel relatief gezien in de komende jaren wel eens kunnen oplopen. Hoe denken jullie hierover?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Volgens mij is dit precies wat in de laatste alinea ook wordt gesteld. Het hangt natuurlijk erg af van waaraan je relateert, maar zolang de auto's niet substantieel zuiniger worden, en we niet minder vaak of minder ver gaan rijden, of minder van de auto gebruik maken, blijft het heel lastig om de CO2 uitstoot te verminderen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Jurgen, dank voor je reactie. Dat inderdaad het aandeel oploopt lees ik idd in de laatste alinea, maar is dat omdat het langer duurt voordat industrie en huishoudens minder gaan gebruiken? Want jij geeft aan dat het lastig is in verkeer en vervoer. Maar ik denk dat het daar wel sneller in terug te vinden is (omdat een auto vaker vervangen wordt dan een huis, kort door de bocht).

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Het aandeel CO2 emissie door autoverkeer zal naar verwachting oplopen omdat het hier minder makkelijk is terug te dringen dan in andere sectoren. Industrie en huishoudens kunnen relatief makkelijk omschakelen op duurzamere alternatieven. Zo kon je enkele jaren terug een bestaand huis voor 30.000 euro energieneutraal maken, waarbij isoleren de meest belangrijke maatregel is. Autoverkeer is een ander verhaal. Een auto op brandstof zuiniger maken is lastig. Afgelopen decennia zijn de motoren wel zuiniger geworden, maar door dingen als airco elektronica, en comfort is het gewicht ook enorm toegenomen, waardoor de gemiddelde auto nog steeds evenveel brandstof verbruikt. Een auto die rijdt op groene stroom of groen gas is wel een besparing, maar voor langere afstanden en voor vrachtverkeer nog geen goed alternatief. En de elektrische auto is momenteel voor veel mensen een te grote investering. Zolang dit niet verandert kun je dus alleen CO2 reduceren in de sector verkeer door minder autoverkeer. Dat lukte dus even door de crisis, maar je zag in 2012 al weer een toename van het aandeel in alle sectoren. Beleid gericht op het verminderen van het verkeer of op een modal shift naar duurzamere voertuigen is helaas nog nauwelijks in de cijfers terug te vinden.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dag Jurgen, ik kan je analyse delen, op het rijden van lange afstanden met een groengas auto na, dat gaat me prima af :)

    BeantwoordenVerwijderen